Geduld, beleid en liefde

‘Wil er iemand tussen de middag nog broodjes kip,’ vraagt de Surinaamse dame die in deze kazerne onder andere de lunch en de koffie verzorgt. Als niemand reageert, steek ik mijn hand op. ‘Ik graag een broodje.’
‘Twee of één?’ vraagt ze me aankijkend. ‘Eén is wel wat weinig, meestal nemen ze er twee.’
Ik ga akkoord met twee en ik vermoed dat ze gelijk heeft. In de keuken begint de dame onmiddellijk kippendijtjes uit een zak te halen en schoon te maken met een mes en een doek. Ik ga erbij staan, het heeft wel iets gezelligs. ‘Dat vieze vet moet eraf,’ zegt ze. Ze trekt een vies gezicht. ‘Ik weet precies waar ik het halen moet. Laatst rekenden ze maar wat, ik kom er nooit meer terug…’
Terwijl de schoongemaakte kip in een schaal gaat, en haar donkere handen er ritmisch doorheen malen, vertelt ze geamuseerd over verschillende Surinaamse gerechten. Hoe die te maken. Ik luister een beetje afgeleid door haar enthousiasme. ‘Geduld, beleid en liefde heeft het nodig,’ zegt ze, de kip kruidend, ‘anders wordt het niet lekker.’

En ik moet aan mijn oma denken die vroeger erwtensoep maakte waar niemand aan kon tippen. Omaatje stiefelde keer op keer op pantoffels de keuken in, proefde bedenkelijk een lepel, gooide er een snufje bij, net zo lang tot het goed was.
Op mijn gemak ga ik aan tafel. De dame roept: ‘Niet te veel sambal op doen hoor, anders proef je de smaak niet meer.’ Ik geniet van de broodjes kip, ze zijn onbeschrijfelijk lekker. Maar nog meer meen ik te proeven: geduld, beleid en liefde.

Gerelateerde artikelen